Skip To Keyboard Navigation Skip To Main Content

Bij overlijden van een dierbare moet er veel gebeuren. Juist daarom is het goed om een en ander zo goed mogelijk in het vizier te hebben en te weten hoe de vork in de steel zit. Zo ook met het recht, al dan niet, op smartengeld.

Hoe zit dat als een pensioentrekker van Vidanova komt te overlijden? Zoals voor veel andere zaken begint dit met het overleggen van een overlijdensakte of een doodverklaring getekend door een arts. 

 

Welk bedrag keren we uit?

Het smartengeld vormt een slotuitkering. De hoogte ervan is gelijk aan tweemaal het bruto maandelijkse pensioen van de overleden gepensioneerde met een minimum van 2.000 en een maximum van 5.000 gulden (ANG). Voor pensioenen die in dollars worden uitbetaald is het minimum 1.126 en het maximum 2.809 dollar (USD). Het gaat hierbij om brutobedragen waar geen belasting of andere sociale lasten op worden ingehouden.

 

Aan wie keren we uit?

Deze uitkering is primair bedoeld om bij te dragen aan de begrafeniskosten. Het geld wordt dan ook in de regel rechtstreeks betaald aan de begrafenisondernemer of aan diegene die de kosten heeft gemaakt. Worden de begrafeniskosten uit andere voorzieningen gedekt, bijvoorbeeld een overlijdensrisicoverzekering, dan wordt het smartengeld aan de weduwe of weduwnaar uitbetaald. Zijn de begrafeniskosten reeds uit andere bronnen betaald en laat de overleden gepensioneerde geen weduwe of weduwnaar achter, dan komt het smartengeld toe aan de achtergebleven kinderen die recht hebben op een wezenpensioen. 

Let op: Een weduwe, weduwnaar of partner komt alleen in aanmerking voor het smartengeld als hij of zij ook in aanmerking komt voor partnerpensioen nu de deelnemer overleden is. Dit betekent dat het huwelijk of de samenlevingsovereenkomst gesloten moet zijn geweest vóórdat de gepensioneerde uit dienst van zijn voormalige werkgever is getreden.

Evenzo kan het smartengeld alleen worden uitgekeerd aan kinderen die ook in aanmerking zouden komen voor wezenpensioen. Dit betekent dat ze geboren moeten zijn vóórdat de gepensioneerde uit dienst van zijn voormalige werkgever is getreden. Bovendien moeten ze jonger zijn dan 21 jaar. Zijn ze tussen 21 en 25 dan moeten ze volledig dagonderwijs volgen.

 

Welke stukken hebben we nodig?

Afhankelijk van de vraag aan wie wordt uitgekeerd, dienen, naast de eerdergenoemde overlijdensakte of een doodverklaring getekend door een arts, ook de nodige bewijzen te worden overgelegd.

  • Wordt er rechtstreeks uitgekeerd aan de begrafenisondernemer, dan ontvangen we een factuur waarop de naam van de overledene vermeld staat.
  • Wordt er uitgekeerd aan degene die de begrafeniskosten heeft vergoed, dan moet hij/zij de nodige bewijzen overleggen waaruit blijkt dat hij/zij die kosten heeft betaald en een geldige identiteitsbewijs
  • Moeten we uitkeren aan de weduwe, weduwnaar of partner, dan moeten we een trouwboek of samenlevingsovereenkomst ontvangen en een geldig identiteitsbewijs
  • Keren we uit aan de kinderen, dan moeten zij hun geboorteakte overleggen en een geldig identiteitsbewijs. Zijn ze ouder dan 21, maar jonger dan 25, dan moeten ze behalve de geboorteakte en geldig identiteitsbewijs ook hun schoolverklaring overleggen.

 

Tref aanvullende voorzieningen om de je begrafeniskosten te dekken

Het smartengeld is niet iets waar de gepensioneerde zelf voor spaart of premie voor betaalt. Dat geld komt uit de reserves van het pensioenfonds. De bedoeling van het smartengeld is ook niet om alle kosten van een begrafenis te dekken. Het is in principe bedoeld als bijdrage in de begrafeniskosten. In het algemeen is het aan te raden dat ieder zelf aanvullende voorzieningen treft om de begrafeniskosten te dekken, aangezien die aardig kunnen oplopen. Bij Vidanova Life kunnen wij u verder informeren over de mogelijkheden hiertoe.

 

Wanneer is er geen recht op smartengeld?

Tot slot is het goed te weten dat recht op smartengeld alleen ontstaat als een gepensioneerde, die ouderdomspensioen of invaliditeitspensioen ontvangt, komt te overlijden.

Als degene die overlijdt een weduwe/partnerpensioen ontvangt of een wezenpensioen, dan is er geen recht op smartengeld.

Voorbeeld:

Meneer Martina wordt gepensioneerde en komt te overlijden. Er ontstaat recht op smartengeld, rekening houdende met de regels zoals hierboven aangegeven. Mevrouw Martina, echtgenote van meneer Martina, krijgt recht op weduwepensioen. Als later mevrouw Martina komt te overlijden, dan geldt er geen recht op smartengeld. Mevrouw Martina ontving namelijk geen ouderdomspensioen van Vidanova, maar een weduwepensioen.

Een sterfgeval is altijd pijnlijk. Door rekening te houden met de richtlijnen voor smartengeld, voorkomt u onprettige verrassingen in tijden die al zeer moeilijk zijn.